genealogie POORTMANS @

Home Contact Info Sitemap
Parenteel Geschiedenis Verspreiding Naam Onderzoek Links Varia Nieuws


Antonius
Onderzoek
    Bestemming
    Bronnen
    Achtergrond
Reisroute
VOC-schip
Aan boord
Negapatnam
Het onderzoek naar Antonius Poetmans: Achtergrond

In de periode 1610 tot 1770 waren er gemiddeld zo'n 22.500 zeelieden werkzaam op de VOC schepen. Een zeeman ontving slechts een derde tot de helft van het loon van iemand die aan wal werkte. Vaak was het erg moeilijk voor het gezin om, als vader op zee zat, het hoofd boven water te houden. Het voordeel voor de zeeman zelf was dat hij (op het schip) 'gratis' onderdak en voedsel kreeg. Verder namen ze wel eens wat goederen afkomstig van de compagnie mee naar huis om ze daar met winst te verkopen. Dit heet voering. Tegenover deze kleine voordelen stond een enorm nadeel: slechts 1 op de 3 zeelieden die richting Azie gingen kwam terug...

Het beste konden de banen worden vervuld door armoedzaaiers die ongehuwd waren en geen zorg droegen voor een gezin. Omdat in veel landen de lonen laag waren, kwamen veel buitenlanders zich aamelden bij de VOC. Zij konden vaak veel meer doen van het geld dat ze ontvingen dan de Nederlanders. Zo waren er veel Duitsers, Fransen en Scandinaviers aan boord. Deze konden een gezin vaak wel onderhouden van het verdiende geld. Het personeel van de VOC moest een contract van 5 jaar ondertekenen. Het werven van zeelieden gebeurde op diverse manieren. Er werd bijvoorbeeld omgeroepen dat iedereen die zin had om mee naar Indie te varen zich kon aanmelden bij de Heeren 'Bewindhebbers der Edele Compagnie'. Daar kregen de nieuwe zeelieden een beetje geld en een kist waarin ze hun persoonlijke spullen konden opbergen. De andere manier om leden te werven was door 'zielverkopers' de straat op te sturen. Deze gingen op zoek naar mensen die op de VOC-schepen konden werken. Meestal waren dit mensen uit de laagste klasse van de maatschappij zoals werkloze matrozen, zwervers, mensen die op de vlucht waren voor de politie en weeskinderen. De zielverkoper gaf ze te eten en een slaapplaats. Hij zorgde ervoor dat de toekomstige zeelieden een uitrusting hadden die bestond uit kleren, tabak, jenever en nog wat kleine dingetjes.

Uiteindelijk werden ze naar Azie gestuurd of ze wilden of niet; er was geen weg terug. De zielverkoper eiste van de nieuwe matroos dat hij het voorschot dat hij gekregen had toen hij zich aanmeldde, afdroeg. Verder moest hij een schuld-bekentenis ondertekenen die op kon lopen tot F150,-. Voor een simpele matroos met een inkomen van 7 tot 11 gulden in de maand was dit een bijna onmogelijke taak.




Volg de link voor meer informatie over de Vereenigde Oost-Indische Compagnie.


| home | contact | info | sitemap | parenteel | geschiedenis | verspreiding | naam | onderzoek | links | varia | nieuws |

© 2000-2002 Geert Poortmans